Column Lowie

Column

Foto: Foto:

De kantinebeheerder van TVA, de Arnhemse tennisvereniging waar mijn kleindochter speelt, stond op het punt om te bellen waar ze bleven. Maar daar kwamen ze dan toch eindelijk aanlopen. De jongens en meiden van tennisvereniging de Steeg, vergezeld van hun ouders en coach. Ik schatte ze gemiddeld toch zeker een jaar of dertien, veertien.

Het racket en de sporttas van mijn jongste kleindochter - ze is net 11 - verbleekten een beetje bij het materiaal van haar tegenstanders. 'Daar moet ik tegen opa', zei ze, 'de meesten zitten al op het middelbaar.'
Het was al weer een tijdje geleden dat ik Luka had zien spelen. De laatste keer was in mei toen we ook een week op de kleinkinderen in Arnhem pasten. Lies was dit keer met onze jongste kleinzoon naar zwemles en ik met zijn zus naar tennis. De moeder van een van Luka's teamgenootjes verzekerde me 'komt best goed hoor, met uw kleindochter'.

Maar ik hield mijn hart vast. Na loting bleek dat mijn kleindochter haar enkelpartij moest tennissen tegen Wibo, een slungelachtige puber met felblauwe Nikes, pakweg maatje 43 en twee koppen groter dan mijn kleindochter. Maar tijdens het inspelen viel me al op dat Luka de afgelopen maanden veel had bijgeleerd en een prima opslag en backhand had.
Wibo hoorde de ene na de andere bal langs hem heen suizen en na een kwartiertje stond mijn kleindochter op setpoint. Van enthousiasme stond ik te schreeuwen langs de kant bij elke geplaatste bal. Ze won uiteindelijk afgetekend van Wibo en ook het dubbelspel met een van haar teamgenootjes was een piece of cake.

'Appeltje, eitje opa', zei ze, toen ze een uurtje later in de kantine een slokje van haar ice-tea nam.
'Maar uh, u riep zo hard en dat vond ik niet zo fijn. Misschien moet u volgende keer maar met Hugo (haar jongere broertje) naar zwemles en kan oma met mij mee naar tennis.'

'Helemaal prima meid', zei ik. Mijn dag kon niet meer stuk.

Meer berichten




Shopbox