Column Lowie

Column

Foto: Foto:

Sinds driekwart jaar woon ik weer in Hapert. Vlakbij de graanmolen. Op de een of andere manier heb ik me daar altijd sterk mee verbonden gevoeld. Ik loop of rij er elke dag wel een keer langs en dat voelt goed. Jeugdsentiment waarschijnlijk.
Hoe ouder ik word, hoe meer ik besef hoeveel waarde ik hecht aan waar ik vandaan kom. De afgelopen tijd heb ik dan ook aardig wat tijd gestoken in mijn familieverleden.
Aan moeders kant kwam ik niet veel verder dan haar overgrootmoeder die tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een bordeel in het Antwerpse schipperskwartier runde.
Mijn vaders familiestamboom was al grotendeels uitgeplozen door een verre tante van hem. Daar is ook een boek van uitgegeven, getiteld 'De Zeun van de Seuntjens'
Leuk om te weten. Toen mijn moeder hoorde dat het boek er aan zat te komen zei ze tegen iedereen die het wilde horen: 'Ik sta er niet van te kijken als straks zal blijken dat er bij ons in de familie blauw bloed door de aderen stroomt.' Het mocht niet zo zijn.


Toen de samenstelster van het boek naar mij thuis belde voor gegevens over mijn vader kreeg die per abuis Peeroom aan de lijn die bij ons inwoonde. Die zei dat hij zijn laatste werkzame jaren bij de WVK (in de volksmond destijds ook wel het invalidenfabriekske genoemd) had doorgebracht en in zijn vrije tijd graag naar café de Kuil ging om te borrelen met vrienden. Toen mijn moeder dat later teruglas in het boek waren de rapen gaar, natuurlijk.
Wat ook duidelijk werd toen het boek uitkwam was dat men tot laat in de 15de eeuw terug in de tijd had kunnen gaan. Uit kerkregisters bleek dat in 1482, het jaar dat Jan van Schaffelaar van de toren in Barneveld sprong, een van mijn voorouders molenaar was in Retie.

Als ik nu 's avonds langs de mooi verlichte korenmolen in Hapert loop denk ik regelmatig 'is de cirkel toch mooi rond'.

Meer berichten