Column Lowie

Lowie Seuntjens

Foto: Foto:

Vorige week hebben we met een man of tien mijn zoon over gehuisd. Sinds hij het ouderlijk huis verliet is hij al vier keer verhuisd. Verhuizen zit bij ons in de familie in het DNA lijkt wel. Noem het onrust, voor mijn part bindingsangst, maar na verloop van tijd begint het telkens weer te kriebelen en komt er een bord in de voortuin.
Zelf ben ik voor zover ik me kan herinneren negen keer van woonlocatie veranderd. Maar wel altijd binnen een straal van twintig kilometer. Nadat we waren getrouwd hebben we een jaar in Reusel doorgebracht en we hebben ook zo'n twintig jaar in België gewoond. Maar voor de rest was het toch voornamelijk Hapert waar we wisselden van stek.

Natuurlijk heeft verhuizen nadelen. Ik weet nog dat we, toen we ons tweede huis hadden gekocht, daar de kinderen die toen 7 en 9 jaar oud waren geen plezier mee deden. Hun vriendjes en vriendinnetjes woonden opeens aan de andere kant van het dorp en de weg naar school was ook veel langer. Verder moet je ook met een paar praktische zaken rekening houden zoals het zoeken van wellicht een nieuwe huis- en tandarts, internetprovider, energieleverancier en verzekeringsboer.
Ik ben de laatste die beweert dat je regelmatig moet verkassen, maar tegen hen die nadat ze alle voors en tegens zorgvuldig tegen elkaar hebben afgewogen nog twijfelen zou ik willen zeggen: gewoon doen, wat let je nou echt?

Hoe dan ook, afgezien van alle rompslomp en stress heeft verhuizen zeker ook zo zijn voordelen. Zo ruim je je rommel nog eens op, leer je nieuwe mensen kennen en zou het ook goed zijn voor je seksleven.
Volgens de Universiteit Utrecht die hier onderzoek naar deed zou het gezegde 'verandering van spijs doet eten' ook hier van toepassing zijn. Alleen denk ik dan wel dat je het woord 'spijs' beter kunt vervangen door 'restaurant' of voor mijn part 'bestek', wil je na een paar weken weer niet bij de notaris zitten.

Meer berichten