Jelle Reijngoudt werkt als wijkverpleegkundige, thuiszorgteam Bladel. Maandelijks deelt hij een verhaal uit de wijk. Foto: Natasja de Vries
Jelle Reijngoudt werkt als wijkverpleegkundige, thuiszorgteam Bladel. Maandelijks deelt hij een verhaal uit de wijk. Foto: Natasja de Vries (Foto: )
Jelle Reijngoudt

Jelle Reijngoudt vertelt: 'Ah lekker, jam!'

Bladel - Hij had Parkinson, en kon daardoor niet stil blijven zitten in zijn stoel. De tremoren waren duidelijk aanwezig. Hij woont op dat moment nog thuis, in een gelijkvloerse woning waar hij al jaren woont. Het valt me op dat hij vaker de dagelijkse dingen vergeet. Hij vergeet op tijd te eten, het eten in de koelkast is af en toe beschimmelt en het gewicht loopt terug. Daarnaast vergeet hij regelmatig welke dag het is en wat er die dag moet gebeuren. Tijdens het gesprek dat ik met de kinderen voer, uit ik mijn bezorgdheid. Het is voor mij een spannend gesprek. Het is namelijk de tweede of derde keer dat ik de kinderen zie, en de allereerste keer dat ik mijn zorgen rondom geheugenverlies ga delen. Het gesprek gaat goed. De kinderen herkennen mijn zorgen en zijn blij dat ik het bespreekbaar maak met hen. Ik geef aan dat ik vader naar de huisarts ga verwijzen voor een geheugentest. Parkinson en dementie gaan vaak met elkaar gepaard. Na de test bij de huisarts wordt hij verwezen naar de geriater in het ziekenhuis. Er volgt een scan van de hersenen, een psychologisch onderzoek en een bloedafname. De conclusie is duidelijk: hij heeft dementie. Ondanks de vermoedens, die er al langer waren, blijft het een confronterende diagnose. Ik weet wat de gevolgen zijn van de diagnose. Enkele maanden later gaat het plots hard achteruit. Hij is vaker verward, hallucineert en heeft meer en meer thuiszorg nodig. Het valt op dat hij steeds vaker emotioneel is. Hij voelt zich eenzaam en eet alleen nog maar als er iemand naast hem zit en hem motiveert om te eten. Ik overleg met de kinderen en met hem, en we besluiten gezamenlijk dat een opname op een open afdeling een betere plaats voor hem is. Hier kan hij samen met anderen op de afdeling eten, zal hij meer gestimuleerd worden om deel te nemen aan activiteiten en zal zijn eenzaamheid verminderen. Een paar weken later is hij verhuisd en zoek ik hem op. Hij geeft aan al redelijk gewend te zijn op de afdeling. Hij heeft een groot deel van zijn spullen mee kunnen nemen met de verhuizing en laat me trots zijn kamer zien. Het lijkt op de huiskamer zoals bij hem thuis: oude, massief houten meubels en een foto van zijn kleinkinderen op het bijzettafeltje in de hoek. Als we een rondje door zijn kamer hebben gemaakt, begeleid ik hem naar de gezamenlijke huiskamer waar de lunch voor hem klaar staat. Natuurlijk op zijn eigen Boerenbont servies. "Ah lekker, jam!", zegt hij. Ik neem afscheid en loop richting de deur. Als ik omkijk, zie ik hoe hij begint aan zijn maaltijd, zonder dat hij gemotiveerd hoeft te worden om te eten: de juiste zorg, op de juiste plaats. En dan in de praktijk.

Meer berichten