Eindexamenstress? Nee hoor!

Foto: Foto:

Het is examentijd en daarom moest ik afgelopen week weer even denken aan het moment dat ik zelf die grote gymzaal van het Rythovius College in Eersel binnen liep, op zoek naar het tafeltje met mijn naamkaartje. Het was half mei 1971. Van examenstress had ik eigenlijk geen last omdat ik er van uit ging dat ik toch niet zou slagen.

Nadat het examenformulier Boekhouden was uitgereikt en mijn klasgenoten driftig aan de slag waren zat ik drie uur lang wezenloos voor me uit te staren. Engels en Frans gingen vervolgens redelijk en nadat ik ook voor Recht een voldoende had weten te scoren begon ik me af te vragen of ik wellicht toch nog kans zou maken om te slagen.

Maar dan moest mijn mondeling Nederlands wel goed gaan. En aan dat vak had ik nou net het minst gedaan. Okay ik had een scriptie gemaakt - of eigenlijk mijn vriendinnetje - maar ik had maar drie van de vijfentwintig verplichte boeken gelezen. Ik had nog twee dagen de tijd om de overige tweeëntwintig titels te lezen en mijn definitieve lijstje in te leveren. Dus dat ging hem niet meer worden.
Maar toen kwam ik op het lumineuze idee om een aantal niet bestaande schrijvers en boektitels te verzinnen en die als door mij gelezen op mijn lijst te zetten. Met alle risico van dien natuurlijk.
Tijdens mijn mondeling Nederlands repte noch mijn docent noch de gecommitteerde ook maar met een woord over mijn verzonnen schrijvers of boektitels. Waarschijnlijk omdat ze aan elkaar niet wilden toegeven onbekend te zijn met de auteurs op mijn boekenlijst.

Uiteindelijk ben ik geslaagd met een 3 voor Boekhouden. Maar wel met een 8 voor Nederlands.

Achteraf gezien als voormalig eindredacteur van een aantal weekbladen niet iets om trots op te zijn. En ook geen opvoedkundig goed onderbouwd verhaal om aan mijn kleinkinderen te vertellen. Maar ik was daarna tijdens de examenfeesten wel de bink van de klas.

Meer berichten