File op de Mount Everest

Foto: Foto:

Vroeger gingen we met de collega's op het werk een avondje bowlen of Chinezen. Tegenwoordig moet de personeelscommissie die het bedrijfsfeest doorgaans invulling geeft van goede huize komen om nog met iets origineels op de proppen te komen. Voor een weekendje survivallen in de Ardennen of een partijtje paintballen loopt niemand meer warm. Zelfs voor de Toppers of een middag parachutespringen krijg je de collega's niet meer in de benen.

Nee, tegenwoordig lopen de kantinejuffrouw en salesmanager in file de Mount Everest op. Als in een geïrriteerde lange rij wachtend voor de Vliegende Hollander in de Efteling. Weliswaar vanuit een luxe verwarmd basiskamp en langs gebaande touwbanen, want het moet natuurlijk wel leuk blijven.
Ook vorige week stond er weer een rij van zo'n tweehonderd avonturiers te wachten om een selfie op de top van de Everest te kunnen maken en die vervolgens naar vrienden te kunnen appen of op Facebook te posten. Iedereen heeft volgens mij de kleurrijke foto van de wachtende bergbeklimmers wel gezien. Het moet niet veel gekker worden.

Elf mensen kwamen vorige week om het leven door de ijzige kou en de ijle lucht. All part of the game. Maar het meest wrange van alles vond ik eerlijk gezegd nog dat de prestatie van Edmund Hillary en sherpa Tenzing Norgay, die in 1953 de berg voor het eerst beklommen, nu opeens zoveel te kort wordt gedaan. Vroeger sprak hun heldhaftig avontuur dat ik las in Pleasant English, mijn eerste Engelse boekje op de middelbare school, enorm tot mijn verbeelding.

Eigenlijk had het vooral iets mistroostigs, die foto van die apris-ski-achtige file zondagsklimmers vorige week in alle kranten. De verwende Westerlingen die een dikke ton euro's betaalden om een van de items op hun bucketlist af te kunnen vinken.

Nog een paar jaar en we gaan met zijn allen abseilen van de Eiffeltoren of slowgolfen op de maan. Nou, doe mij maar een weekmenuutje bij Mei Wah.

Meer berichten