Wa nun boer nie kent….

Foto: Foto:

Ik weet van mezelf dat ik een milde vorm van autisme heb. Ik ben nou eenmaal iemand van de vertrouwde regelmaat. Zo leg ik al twintig jaar dezelfde jong belegen kaas op mijn lichtbruin volkorenbrood, schuif na het stofzuigen de eetkamerstoelen op de centimeter nauwkeurig en precies zoals ze stonden weer terug onder de tafel en ga het liefst elk jaar naar Schotland op vakantie.
Toen ik een paar jaar geleden van Lies en de kids voor mijn verjaardag een weekje New York met het gezin als cadeau kreeg, was ik behalve blij verrast dan ook best een beetje van de wap. Zeker toen bleek dat de kinderen een airbnb hadden geboekt in hartje Harlem op een steenworp afstand van The Apollo Theater waar Billie Holiday en James Brown hun eerste successen vierden.

Maar vanaf het moment dat we landden in the Big Apple voelde ik er me helemaal thuis. Inderdaad, het verhaal van die bekende boer die niet vreet wat ie niet kent. Afgezien van de voor de hand liggende plekken die iedereen die New York aan doet gezien wil hebben, zoals Central Park, het Vrijheidsbeeld, Little Italy en het 9/11 Memorial Museum, is een klein muziekcafeetje in Bleeckerstreet me toch het meest bijgebleven.

Ik denk nog vaak terug aan die twee avonden die we met ons gezin doorbrachten in The Bitter End, het café waar Bob Dylan voor het eerst zijn 'Blowin'in the wind' zong en waar ik boven dezelfde toiletpot hing als waar Jimmy Hendrix, Neil Young en Billy Joel ook ooit de peuk van hun sigaret doofden. Wat Lourdes was voor mijn moeder, is The Bitter End voor mij.

Ik eet nog altijd dezelfde jong belegen kaas op mijn brood, maar tegenwoordig leg ik de plakken niet meer op lichtbruin volkoren maar tussen mueslibolletjes van de warme bakker bij ons in het dorp. Wa nun boer nie kent leert ie op dun duur toch te vreten.

Meer berichten