Joost Oppenheim (r), moeder en broer Freddie (1945). Joost bezoekt af en toe nog de familie Heuvelmans in Reusel.
Joost Oppenheim (r), moeder en broer Freddie (1945). Joost bezoekt af en toe nog de familie Heuvelmans in Reusel. (Foto: Bron: Bezit Joost oppenheim)

Ongemakkelijk gezelschap

Tjeu Cornet

Gevaar in Reusel tijdens WOII

Joodse kinderen liepen tijdens de bezettingstijd evenveel gevaar als hun ouders. Maar op een goed onder­duikadres en onder een andere naam kon je soms een heel eind komen. Joost en Freddie Oppenheim probeerden het. Hun ouders vluchtten al in 1933 uit Duitsland en gingen in Eindhoven wonen. Totdat in 1942 ook daar serieus jacht op hen werd gemaakt. Ze moesten weg, allemaal. Maar waarheen?

REUSEL - Vader lijdt aan suikerziekte. Hij moet naar het ziekenhuis. Naast hem ligt meneer Heuvelmans, met een botbreuk. Die heeft allang gezien dat zijn kamergenoot een Jood is. Dan opeens vallen er bommen, vlakbij, op de gebouwen van Philips. Vader heeft het niet meer. Als ook nog een bom middenin het ziekenhuis slaat, spreekt hij zijn buurman aan. "Voor mij en mijn vrouw heb ik onderduik gevonden. Maar niet voor mijn zoontjes van acht en vier." Heuvelmans denkt niet lang na. "Beste man, ze kunnen met ons mee naar Reusel, naar ons hotel. Maar er moet wel iets worden verzonnen op hun namen." Voortaan zijn het Jan en Kees Blijdorp, protestantse weesjes uit Rotterdam, zonder papieren. De familie Heuvelmans heeft een hotel, een café en een bakkerij. Nogal wat Duitsers komen er. De broertjes kunnen goed met hen opschieten. Maar soms is het eng. Ligt zo'n Duitser ineens bij je op de kamer. Nog enger wordt het als de Engelsen naderen. Er liggen overal lijken. En ze schieten op Reusel. Van de mooie kerktoren wordt de spits helemaal afgeschoten. De Duitsers zeggen dat de inwoners van Reusel weg moeten. Het is te gevaarlijk. Daarom gaat iedereen op weg naar Hooge Mierde. De broertjes gaan ook, te voet. Opeens komt er een grote zwarte auto naast hen rijden. Voor hij het weet zit Joost tussen een Duitse officier en een Duitse soldaat. Die vragen de jongens van alles. Later bekent Freddie ook nog dat hij bijna hun geheim heeft verteld aan 'die aardige kerels'. Daar moet je toch niet aan denken. Op 2 oktober 1944 wordt Hooge Mierde bevrijd. Terug in Reusel zien de jongens de ravage. Er staat helemaal niets meer overeind. Gelukkig kunnen Joost en zijn broer in december naar een Joodse organisatie in Eindhoven. Daar horen ze het verschrikkelijke nieuws dat hun ouders zijn opgepakt. Vader is weggevoerd naar Auschwitz en daar in september vermoord. Moeder is naar Theresienstadt gedeporteerd, maar ze leeft nog en ze komt eraan. In november 1946 emigreerde Joost met zijn moeder en broer naar de VS. Ze voegden zich daar bij familie in Washington. Freddie nam dienst in de Air Force, was in Japan en Korea en vestigde zich met zijn gezin in Zuid-Pennsylvania. Joost ging werken bij het National Cancer Institute.

Meer berichten