Column Lowie

Ophoud-Chinezen

Foto: Foto:

Vorige week ben ik een paar dagen met mijn dochter naar Rome geweest. Toen ik de eerste avond met haar door de sfeervol verlichte binnenstad liep werd ik opeens op mijn linkerschouder getikt door een negroïde man. 'I can see we're brothers man', zei hij. En voor ik het wist had ik een armbandje van hem om en kreeg ik twee houten olifantjes in mijn hand geduwd. Toen ik hem zei dat ik niets hoefde te hebben zei hij: 'It's for free man. Don't worry. You are my friend.'
Maar nadat hij zo'n vijftig meter met ons had meegelopen en onder meer had verteld dat hij een 'sister' had in Amsterdam vroeg hij toch of ik 'twenty' euro voor zijn 'family in Africa' kon missen. Toen ik zei dat ik dat geenszins van plan was gerispte hij het armbandje van mijn pols en moest ik ook de olifantjes weer inleveren.

Als toerist in een wereldstad weet je dat dit soort jongens net als proppers (jongens die je een restaurant proberen binnen te praten waar je twaalf euro voor een glas water betaalt) je pad kruisen. Dat hoort er tegenwoordig gewoon bij en ik heb daar vrede mee.

Maar waar ik er voorlopig wel genoeg van heb gezien zijn die ophoud-Chinezen. Het krioelde er van in Rome. Ik zeg wel Chinezen, maar misschien waren het wel Japanners of Koreanen. Ik kan die jongens nou eenmaal nooit zo goed uit elkaar houden. Met honderden tegelijk stonden ze selfies te maken voor het Colosseum. Voor je dan zelf een fotootje naar thuis hebt ge-appt is het inmiddels donker.

Ondanks de ophoud-Chinezen toch erg genoten van Rome. Maar ik ben ook blij dat ik weer thuis ben.
In Hapert is het dun gezaaid met Chinezen. Voor zover ik weet zit er maar een. Geen vervelende ophoud- maar een geweldige afhaal-Chinees waar ik regelmatig twee tomatensoep en een weekactie bestel.

Houden zo…

Meer berichten