Foto:

Schotlandgangers

Column van Lowie Seuntjens

Begin april gaan we ijs en weder dienende weer met een aantal vrienden naar Schotland. De jonge goden die zo’n vijfendertig jaar geleden voor het eerst de oversteek maakten zijn ondertussen licht belegen zestigers. Een van de Peer-en is er niet meer bij maar gaat in gedachte ook dit jaar weer mee. Bij de overgebleven Schotlandgangers zijn de eerste weeffoutjes inmiddels ook duidelijk zichtbaar en dit jaar gaan we misschien wel voor de laatste keer. Wie zal het zeggen.

Vijf mannen een week lang zonder hun vrouwen naar een land vol roodharige nimfen en rokerige single-malt whisky. Dat zal me een braspartij worden, zei iedereen toen we voor het eerst gingen. Jullie zitten met al die regen daar natuurlijk alle dagen in de pub.
Het eerste jaar dat we gingen hebben we daar ’s avonds inderdaad veel tijd in doorgebracht. Maar dat kwam vooral omdat we toen niet veel verder geraakten dan Gretna Green en Glasgow.

De tweede keer dat we gingen ontdekten we Skye. De meeste mensen kennen Schotland van Edinburgh en Loch Ness en ik zou het eigenlijk niet moeten verklappen. Maar de westkust en dan met name Skye is een van de mooiste plekjes ter wereld. Ik zie het al weer helemaal voor me. Een dagje golfen in Broadford met de Cullin Mountains en The Inner Sound als decor. Een whisky-proeverij bij Talisker. En natuurlijk zingen we de Schotse traditionals in de Portree Inn ’s avonds ook weer luidkeels en halfdronken mee.

Maar ik prijs me vooral bevoorrecht om de trip nog een keer samen met mijn vrienden te kunnen maken. De een wat meer dan de ander, maar allemaal zijn we getekend door het leven en de tijd. Dat geldt ook voor de meeste Schotten zelf en het overweldigend mooie land waarin ze wonen. Misschien dat ik me er daarom wel steeds meer thuis voel.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden