Foto:

Una paloma optimista

Column Lowie Seuntjens

Sinds een paar weken word ik elke morgen rond een uur of zes wakker van het gekoer van twee houtduiven die een nest hebben gebouwd in de leilinden onder mijn slaapkamerraam. Houtduiven, u kent ze ook wel. Het zijn van die dikke mormels - zeg maar postduiven met obesitas - die als ze op de weg zitten en je komt aanrijden in je auto net op het laatste moment opvliegen. Maar het gebeurt ook regelmatig dat je ze voor uit je grill moet peuteren omdat ze net iets te laat opvlogen.

Elk jaar rond deze tijd vliegen ze af en aan met bouwmateriaal voor hun nest. Ik zeg wel nest, maar eigenlijk mag het geen naam hebben wat ze in elkaar flansen. Vaak zijn het drie of vier takjes en daar leggen ze dan hun eieren op. Met als gevolg dat door de slordige constructie regelmatig een ei naar beneden dondert en uit elkaar flatst op het trottoir. Als dat gebeurt lijken ze elkaar aan te kijken met een blik van ‘ongelofelijk, snap jij dat nou?’
Je zou ze ook wel de Buurman en Buurman van de duiven kunnen noemen.

Ondanks hun gekoer en geklungel ben ik erg op ze gesteld. Voor mij verpersoonlijken ze elk jaar weer het begin van de lente.
George Baker had ooit een wereldhit met Una paloma blanca. Ik noem de doffer die overdag in de leilinden onder mijn slaapkamerraam meestal op de eieren zit te broeden graag Una paloma optimista, ofwel mijn gevleugelde optimist.

Het komt niet vaak voor dat de jongen van de houtduiven het overleven. Meestal zitten de kraaien op het dak te wachten op het moment dat ze uitvliegen zodat ze ze te grazen kunnen nemen. Wat ze achter laten is te triest om aan te zien: wat donsveren en twee duivenskeletjes. Toch komen ze elk jaar weer terug, mijn twee palomas. Respect.

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden